Als je deze strook ziet is het best mogelijk dat onze website niet optimaal functioneert of zelfs niet werkt bij bepaalde onderdelen. Je gebruikt best een recente versie van Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Contact | Secretariaat
Martine Pollier
Tempelhof 21, 8000 Brugge
T +32 50 322 420
info@archipelvzw.be

Lezing

De actualiteit van Le Corbusier

Door Geert Bekaert
Vrijdag
18.03 1988
20:30

In samenwerking met:

P.H.A.I, Provinciaal Hoger Architectuurinstituut, Hasselt

Wat is de betekenis van Le Corbusier vandaag, niet enkel voor de kultuurgeschiedenis, maar ook voor de architect van hier en nu ?

Hoe aktueel is Le Corbusier ?
Wat is zijn betekenis vandaag, niet enkel voor de kultuurgeschiedenis, maar ook voor de architekt van hier en nu ?

Geert Bekaert

Vlaanderens meest bekende (soms beruchte) architektuurkritikus hoeft hier niet meer te worden voorgesteld.
Sinds dertig jaar is hij onafgebroken als publicist aktief in België en Nederland.
Zijn luidop kritische denken liet weinig lezers onberoerd. Zijn “beweeglijke waarheid” (*1) is nooit af en volgde een niet-komfortabele weg die de uitgevers van zijn “verzamelde opstellen” plastisch typeren als “stapstenen” (1950-65), “los in de ruimte” (1966-70), “hierlangs” (1971-79), “de kromme weg” (1980-85).
Sommige van zijn artikels veroorzaakten kringen als een steen die in een troebele architektuurpoel werd geworpen.
Een in 1980 door de Orde in A+ weggecensureerd artikel “wie over architektuur wil spreken sta op en zwijge” (*2) leidde bijvoorbeeld drie jaar lang een soort sluikpers-bestaan vooraleer het in Nederland werd gepubliceerd.

Naast zijn aktiviteit als publicist, redakteur, schrijver (te veel om op te sommen) leidt Geert Bekaert voor de uitgeverij Mardaga de kollektie “architecture et recherces” en doceert hij aan de afdeling architektuur van de K.U.Leuven en is thans professor te Eindhoven.

Ter introduktie op de voordrachtavond, citeren wij uit de “verzamelde opstellen” enkel zinnen die Geert Bekaert neerschreef enkele dagen na het overlijden van Le Corbusier.
- uit de inleiding op de verzamelde opstellen
- verschenen in Wonen-Tabk 2-1983

In het labo voor een nieuwe wereld was Le Corbusier een dichter
De Standaard, 31 augustus 1965.

Om het leven en de persoonlijkheid van Le Corbusier samen te vatten ken ik maar één woord: hij was een dichter. “Poëzie” is een woord dat hoe langer hoe meer als een leidmotief de gedachten van Le Corbusier doorkruist. In een brief van 1960 zegt hij ronduit: “Ma recherche, tous comme mes sentiments, est dirigée vers ce qui est la principale valeur de la vie; Le Corbusier Poésie”. Poëzie is een inwendige kwaliteit van het bestaan, de zinvolle bewustwording van de gave van het leven, de exaltatie van de werkelijkheid. En voor Le Corbusier van de concrete werkelijkheid van deze, onze, tijd.

Hij kan zich op vele punten vergist hebben, hij kan zich op nonchalante manier andermans ideeën hebben toegeëigend, hij kan de ene contradictie op de andere hebben gestapeld, hij kan een heerlijk loopje genomen hebben met de heiligste tradities of wat daarvoor doorgaat, maar hij heeft op een machtige en overtuigende, meeslepende wijze geloofd in de mens van vandaag en morgen.

Niet ten onrechte heeft men Le Corbusier het epiteet van “architecte du bonheur” toegekend. Alle Poëzie heeft eigenlijk als thema het menselijk geluk. Maar niet altijd op een even directe manier als bij Le Corbusier. Op de top van die dichterlijke expressie kan men zijn architectuur situeren, maar zij bestaat in het concrete geval niet zonder zijn theoretische commentaar, noch zonder zijn schilder- en beeldhouwkunst. Alles hangt samen. Alles werkt mee om de “nieuwe mens” die Le Corbusier is geweest te begrijpen.

Le Corbusier
Streven 1 (1965).

Hij mag een overtuigend rationalist geweest zijn, zijn rationalisme zelf dreef hem tot een poëtiek van het aardse bestaan, haar hoogste en noodzakelijkste expressie in de architectuur krijgend. Daarmee gaf Le Corbusier aan de architectuur haar oorspronkelijke betekenis, terug. Zijn benadering van het fenomeen dat architectuur heet, zijn manière de penser l’architecture, zijn architecturer was zo fundamenteel, dat het object erdoor openbrak en opnieuw zijn diepste wezen blootlegde: vormgeving, beeldvorming van het totale bestaan, zoals Le Corbusier dat ervaren had in de tempels van Egypte, op de Acropolis in Athene, in de anonieme dorpjes op de eilanden in de Middellandse Zee of in het beroemde visioen van het menselijke wonen dat hem in 1907 ten deel viel in het kartuizermonasterium van Galluzzo bij Florence. Om de mens in zijn menselijkheid te herstellen, wilde Le Corbusier van de architectuur opnieuw maken wat ze altijd geweest was. Om de mens uit zijn culturele aliënatie te bevrijden, wilde hij hem opnieuw een authentiek, allesomvattende milieu geven dat tot die bevrijding in staat stelt.

Het is nogal goedkoop, nu, na Le Corbusiers dood, sommige opdrachtgevers te verwijten dat ze zijn stedebouwkundige projecten nooit uitgevoerd hebben. Die nalatigheid is onherstelbaar. Maar ik vind het erger dat zij Le Corbusier niet au sérieux genomen hebben toen hij sprak over woningnood en urbanisatie dan dat zij hem nooit zijn ideale stad hebben laten bouwen. Als idee is die stad onverbeterlijk. Zij geeft een oplossing aan alle problemen van het moderne stadsleven onder alle oogpunten. Maar gebouwd zoals zij in 1922 door Le Corbusier werd ontworpen, zou zijn even inhumaan geweest zijn als de hallucinante stad uit het Proces van Orson Welles, inhumaner misschien dan het huidige New York.

Lezing in de reeks ‘Omtrent Le Corbusier’, in samenwerking met het PHAI (Hasselt)