Archipel

Beleef architectuur!

Architectenburo's: Marc Dessauvage 1-3 / 3

Reis Langs Vlaamse wegen #02 /10/2017

In echte pioniersstijl trekken we met camera, schetsboek en valies in de hand van Leuven, over Vlaams Brabant, het Hageland, Haspengouw, Hasselt, de Limburgse en Antwerpse Kempen naar Antwerpen of omgekeerd.

Reis Langs Vlaamse wegen #1 /05/2017

West & Oost-Vlaanderen +West- Vlaams-Brabant,

Dit voorjaar gaan we weer op reis, niet naar een exotische bestemming zoals Chandigarh of Naoshima, maar naar het Vlaamse hinterland waar de namen van de gehuchten vaag bekend klinken en het spoor van de wielertoeristen de baan leidt.

Bezoek op zoektocht

Westmalle, Heverlee, Willebroek...

Een architectuurtrip als hommage aan Marc Dessauvage. Deze trip wordt een unieke kans om een aantal toppunten uit zijn oevre te bezoeken en de betekenis ervan te situeren. Het werk is Opvallend, niet door de een of andere vorm van extravagantie of originaliteit, maar door de intrinsieke kwaliteit van zijn aanpak.

Marc Dessauvage

Marc Dessauvage (°Moorslede, 13 maart 1931 – Brugge, 29 december 1984) was een Vlaams architect. Gedurende de korte architectencarrière van 20 jaar schiep hij een opmerkelijk oeuvre van vooral religieuze architectuur waarmee hij een belangrijke bijdrage leverde aan de moderne architectuur in Vlaanderen.

Dessauvage studeerde aan Sint-Lucas in Gent (1952-1957) en liep stage bij H. Van Kuyck te Antwerpen van 1958 tot 1960. Daarna studeerde hij stedenbouw aan het Antwerpse architectuurinstituut (NHIBS, 1955-1961). In 1958 werd hij laureaat van de wedstrijd Pro Arte Christiana (Vaalbeek), voor het ontwerp van een kerk in Mortsel. In het winnende ontwerp zien we een synthese van de ontwerpprincipes van Ludwig Mies van der Rohe en Le Corbusier. Hij nam hiermee niet alleen afstand van de Sint-Lucastraditie maar leverde tevens een manifest van een nieuwe kerkelijke architectuur. Immers Sint-Lucas Gent stond bekend om haar traditionalistische architectuurvisie en dat in een tijd waarin het modernisme hoogtij vierde in de Expo 58-tijd.

In de jaren 1960 ontwierp en bouwde hij een reeks parochiekerken die een architecturale vertaling zijn van de postconciliaire ‘theologie van de gemeenschap’: de kerk als ‘huis voor de gemeenschap’, als ‘huiskerk’ of ‘domus ecclesiae’, zoals beschreven in eigentijdse teksten van Geert Bekaert, dom Frédéric de Buyst en in het tijdschrift Art d’Église. Dessauvage omschreef ze als ‘woonkerken’. Er werd veel aandacht besteed aan de manier waarop de gelovigen zich rond het altaar kunnen scharen, naar het voorbeeld van het ‘open ring’-schema van Duitse kerkenbouwer Rudolf Schwarz. De constructieve opbouw van wanden, vloeren en daken is duidelijk leesbaar. Dessauvage maakt bovendien gebruik van ‘natuurlijke’ materialen zoals baksteen, zichtbeton en houten schrijnwerk. In de tweede helft van de jaren 1960 ontwierp Dessauvage meerdere kerken met een grote diversiteit van functies, die het strikt kerkelijk overschrijden. Deze polyvalente ‘wijkcentra’ zijn tegelijkertijd stedenbouwkundige ontwerpen.

Hij bouwde ook privé-woningen, met op kleinere schaal dezelfde architectonische kenmerken die ook zijn huiskerken karakteriseren.