Archipel

Beleef architectuur!

Architectenburo's: Hans van der Laan 1-2 / 2

Lezing Het maken van de architectonische ruimte

Abdij Roosenberg, Waasmunster

Gedurende dertig jaar gaf de Nederlandse Benedictijner monnik en architect Dom Hans van der Laan les aan praktiserende architecten. Zijn lessen stonden in het teken van een diepere queeste: voor eens en altijd de fundamenten van de architectuur vastleggen.

Reis Langs Vlaamse wegen #1 /05/2017

West & Oost-Vlaanderen +West- Vlaams-Brabant,

Dit voorjaar gaan we weer op reis, niet naar een exotische bestemming zoals Chandigarh of Naoshima, maar naar het Vlaamse hinterland waar de namen van de gehuchten vaag bekend klinken en het spoor van de wielertoeristen de baan leidt.

Hans van der Laan

Dom Hans van der Laan (°Leiden, 29 december 1904 – †Mamelis, 19 augustus 1991) was een Nederlandse benedictijner monnik en architect.

Hij was een van de leidende figuren van de Bossche School. Zijn ideeën over ruimte-ervaring en maatverhoudingen, met name zijn vondst van het plastische getal en het matenstelsel dat hij daaruit ontwikkelde, hadden grote invloed.

Van der Laan was een zoon van de Leidse architect Leo van der Laan. Ook zijn broers Jan van der Laan en Nico van der Laan werden architect. Hans studeerde van 1923 tot 1926 architectuur aan de Technische Hogeschool te Delft, waar prof. M.J. Granpré Molière vanaf 1924 de scepter zwaaide. Na drie jaar hield hij de studie echter voor gezien en verliet hij Delft om monnik te worden van de Sint-Paulusabdij te Oosterhout.
In 1968, na de voltooiing van de daar door hem gebouwde abdijkerk, verhuisde Van der Laan naar de Sint-Benedictusabdij te Mamelis bij Vaals.

Na de Tweede Wereldoorlog verzorgde Van der Laan, samen met zijn broer Nico, de lessen Kerkelijke Architectuur in het Kruithuis in ‘s-Hertogenbosch. Uit deze cursus kwam de architectuurstroming de Bossche School voort. Om zijn ideeën over verhoudingen inzichtelijk te maken ontwikkelde Van der Laan verschillende hulpmiddelen, waaronder de abacus en de morfotheek, respectievelijk voor tweedimensionale en driedimensionale vormen.