Als je deze strook ziet is het best mogelijk dat onze website niet optimaal functioneert of zelfs niet werkt bij bepaalde onderdelen. Je gebruikt best een recente versie van Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Contact | Secretariaat
Martine Pollier
Tempelhof 21, 8000 Brugge
T +32 50 322 420
info@archipelvzw.be

Gerrit Rietveld

Gerard (Gerrit) Thomas Rietveld (°Utrecht, 24 juni 1888 – Utrecht, 25 juni 1964) was een Nederlands architect en meubelontwerper.

Hij maakte ook grafisch werk, onder meer affiches en omslagen voor tijdschriften, waaronder één voor De Gemeenschap in 1925. Hij is vooral bekend als lid van De Stijl en als pionier van het Nieuwe Bouwen.

Rietveld leerde het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader aan de Poortstraat 98 te Utrecht, waar hij na de lagere school aan de slag ging. Hij verafschuwde de traditionele, massieve meubelen die daar werden gemaakt en werkte enige tijd als ontwerper in de werkplaats van de juwelier Carel Begeer. Tussen 1904 en 1908 volgde hij ‘s avonds lessen bij de vooruitstrevende architect Piet Klaarhamer en bij ‘Het Kunstindustrieel Onderwijs der Vereeniging van “Het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid te Utrecht”’. In 1917 opende hij zijn eigen meubelmakerij aan de Adriaen van Ostadelaan 25 (nu 93).

Mogelijk via Klaarhamer nam Rietveld kennis van moderne ontwerpers als Berlage en Frank Lloyd Wright. Omstreeks 1918 begon hij mogelijk onder invloed van hen experimentele meubels te maken, waaronder de voorloper van de wereldberoemde ‘Rood-blauwe stoel’, een ingekleurde lattenleunstoel. Hoewel Rietveld de meubelen zelf nadrukkelijk als experimenten zag – de eerste ‘Rood-blauwe stoel’ zou hij voor zichzelf ontworpen hebben – adviseerde zijn vriend Robert van ‘t Hoff hem om contact te zoeken met het pas door Theo van Doesburg opgerichte tijdschrift voor moderne kunst De Stijl. In juli publiceerde Theo van Doesburg, de hoofdredacteur, een kinderstoel van Rietveld in De Stijl en in september volgde de lattenleunstoel.

Later maakte hij deel uit van de stroming van de nieuwe zakelijkheid. In 1919 werd hij zelfstandig ontwerper en meubelmaker, toen hij zijn bedrijf opende in Utrecht. Omstreeks 1930 sloot Rietveld zich aan bij het Nieuwe Bouwen, de Nederlandse variant van de Internationale Stijl. Hij ontwierp in 1930-1932 een rij arbeiderswoningen in de Wiener Werkbundsiedlung in Wenen en in 1934 in samenwerking met Truus Schröder een rij huizen aan de Erasmuslaan in Utrecht. In die periode werkte hij vanuit een atelier aan de Oude Gracht te Utrecht, samen met Otto van Rees en Ries Mulder.

Tijdens de oorlog bleef Rietveld ontwerpen maken in de illegaliteit: hij had zich niet bij de Kultuurkamer aangemeld, en mocht dus officieel vanaf 1942 niet langer zijn beroep uitoefenen. Na een moeilijke tijd zonder veel aandacht werd ‘De Stijl’ in de jaren vijftig weer populair, en dit leverde Rietveld werk op in de vorm van opdrachten voor overheidsgebouwen.

In 1961 richtte hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht het architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht op.