Als je deze strook ziet is het best mogelijk dat onze website niet optimaal functioneert of zelfs niet werkt bij bepaalde onderdelen. Je gebruikt best een recente versie van Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Contact | Secretariaat
Martine Pollier
Tempelhof 21, 8000 Brugge
T +32 50 322 420
info@archipelvzw.be

Lecture

Bataille & Ibens (BE)

Own work
Friday
05.05 2000
20:30

Bataille and Ibens have created a portfolio of work in which the essence and the generosity of the room is tangible. It shows in meticulous detailing, materials and proportions, stilled spaces. Their collaboration began in 1968. In the past three decades, their work remained standing for integrity, timeless dialogue with space, regardless of fickle fashions.

Claire Bataille (°1940) en Paul Ibens (°1939) hebben een oeuvre gecreëerd waarin de essentie en de generositeit van de ruimte voelbaar wordt. Het laat in zorgvuldige detaillering, materiaalgebruik en verhoudingen, ruimtes verstillen.
Hun samenwerking begon in 1968. In de afgelopen drie decennia is hun werk overeind gebleven als integere, tijdloze dialogen met ruimte, los van grillige modes.

Samen geven ze ruimten vorm en ontwerpen ze objecten, altijd strevend naar zuiverheid. Vanuit een intellectuele eerlijkheid zorgen ze dat hun werk nooit toegevingen doet aan vluchtige modes. Hun stijl gaat al een kwarteeuw mee, en daar zijn ze trots op. Die stijl, die ze altijd trouw blijven, imponeert door zijn eenvoud : hoewel hij geankerd is in een verleden dat de eerste artistieke bewegingen van onze eeuw oproept, is hij ook duidelijk hedendaags. Claire Bataille en Paul Ibens kleden de interieurs niet aan, maar structureren ze. “Wij denken in drie dimensies. Onze projecten (woningen, bedrijven, winkels, objecten) moeten functioneel zijn. Pas daarna komt er een vleugje poëzie bij kijken.” Die poëzie roept de sereniteit op en het genoegen van een manier van leven die uit een andere tijd stamt. Een tijd toen mensen nog tijd hadden.

Hun persoonlijkheden zijn heel verschillend, maar vullen elkaar perfect aan. Claire Bataille is extravert, antwoordt razendsnel op vragen en springt van de hak op de tak. Soms moet ze zichzelf verbeteren, omdat haar woorden haar gedachten zijn voorbijgesneld. Paul Ibens is meer introvert en wacht meestal tot zijn partner uitgesproken is, voor hij op zijn beurt antwoordt, met een zachte stem. Paul : “Als we een project voorstellen en de klant wil plots een ander materiaal gebruiken, dan blokkeer is. Ik bijt me dan in ons voorstel vast, want een ontwerp valt of staat vaak met het gebruikte materiaal. Claire is even overtuigd, maar zij zal iets diplomatischer te werk gaan. Gelukkig dat we op zulke momenten met z’n tweeën zijn. Dan belandt de discussie niet in een doodlopend straatje”.

Het is allemaal begonnen op de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, waar ze samen binnenhuisarchtiectuur studeerden. Wat voor leerlingen waren ze ? Claire Bataille doet er geen doekjes om : “Goede leerlingen ! We begonnen met 35 studenten en we eindigden met vijf. Paul en ik haalden grootste onderscheiding. Het waren mooie jaren. We waren enthousiast, maar zagen alles anders dan onze docenten. De enige uitzondering was architect Jul De Roover, onze werkleider. Hem zijn we veel verschuldigd. Hij leerde ons een manier van denken, méér dan een manier van scheppen. Maar het ene heeft natuurlijk met het andere te maken.”

Na hun studies ging Paul Ibens als aannemer aan het werk en vestigde Claire Bataille zich als zelfstandige. Ze ontmoetten elkaar opnieuw in het kader van een door de Daily Mirror georganiseerde wedstrijd voor jonge ontwerpers. De opdracht : twee fauteuils maken, de ene voor een man en de andere voor een vrouw. Ze deden samen mee en werden tweede. In 1968 besloten ze samen scheep te gaan.
Dertig jaar later zijn ze nog altijd partners. De passie is niet verminderd. “We hebben nooit ruzie. De journalisten zoeken altijd verschillen en geschillen, maar die zijn er niet. We verschillen qua persoonlijkheid, maar dat is juist onze rijkdom.”
“Afgezien daarvan hebben we al bij het begin dezelfde ideeën. Alleen de technieken zijn geëvolueerd. Compromissen ? Nee. Het is wel zo dat we, als we samen aan eenzelfde plan werken – en dat doen we altijd – elk onze suggesties aanbrengen. Maar we kiezen samen de beste oplossingen. We zijn het helemaal gewend om ons samen uit te drukken. Bovendien is het echt geruststellend als de ander je werk altijd kritisch bekijkt. Samen zijn we sterker. We werken beter, sneller en meer beredeneerd.”

De interieurs die het duo ontwerpt, staan ver verwijderd van de huidige spectaculaire mode. Ze zijn tijdloos, sober, modern, functioneel. Bovendien heeft hun werk een ziel. Niets is gratuit in hun werk dat desondanks een sterke poëzie uitstraalt. Hun aanpak is duidelijk architecturaal en gaat dus verder dan het louter decoratieve. “We voelen ons meer architecten dan decorateurs. Soms werken we samen met de architecten mee aan de architectuur van een project. Het verschil interieur-exterieur stoort ons niet, op voorwaarde dat het licht goed gebruikt wordt en dat de ruimten zich goed laten verdelen. Je kan bijvoorbeeld een hedendaags interieur aanbrengen in een 17e eeuws kasteel, met respect voor de proporties en zonder de bestaande architectuur te verwoesten. Dat is heel belangrijk. Als de architectuur goed is, geeft het niet uit welke tijd ze stamt, dan heb je geen problemen. Maar een slechte architectuur werkt erg storend. Dan beginnen we te breken.”
“We geloven dat er in elke periode en elke stijl zaken zijn die ons kunnen raken. We houden bijvoorbeeld veel van de perspectieven van de barok. Anderzijds is het wel zo dat we het moeilijk hebben met het ornamentele. We houden nogal van ‘armoede’ in de decoratie. Bauhaus, Le Corbusier en verscheidene hedendaagse architecten, zoals Tadao Ando, Luis Barragan of Donald Judd stimuleren ons sterk”.

(samenvatting van interviews met Carine Anselme voor Trends en Marleen Wynants voor Knack).

De ingrepen van Claire Bataille en Paul Ibens zijn duidelijke stellingen in deze opsplitsbare dualiteit tussen binnen en buiten, tussen omhullen en prijsgeven, tussen zwijgen en verkondigen. Het zijn autonome posities tegenover elk gegeven. Ze veruitwendigen intenties. Het zijn ‘architectures intérieures’ die aan het bestaande welbepaalde nieuwe eigenschappen toekennen : een domestiek karakter in woonruimten, een architecturaal concept voor winkels, een leefwereld in bureelruimten. Meubels duiden er telkens de plaats van de handelingen aan, van de individuele relaties; Ze expliciteren het functionele in de ruimte. Materiaal, kleur, licht, schaduw geven een poëtisch aspect aan het geheel. Details onderlijnen ambacht en vakmanschap. Verhoudingen justifiëren elk onderdeel tov het geheel. Hun interieure landschappen zijn opgebouwd op de architecturale thema’s zoals perspectief, licht, structuur en de relatie tussen bewonen en omgeving. De vormen verwijzen naar het vocabularium van de architectuur : de kolom, de wand, het raam, naar de ondeelbare relatie tussen buiten en binnen, tussen architectuur en interieur.

(Christian Kieckens in Stichting Architectuurmuseum – 1988).