Archipel

Beleef architectuur!

Varia

Reisverslag Ticino

een architectuurkultuur

Reisverslag door
Philip Cardinael: diamontage
Marc Felix: kommentaar
Paul Vandenberghe: video
Sieg Vlaeminck: moderator

Casa Bianchi, Riva San Vitale – Mario Botta, 1973
© jpmm
In Como, Mendrissotto, Ligornetto, Stabio, Bellinzona, Montecarasso, Locarno, Brissago, Valle Versachi, Toricella, Origlio, Collina D’oro en Lugana bezochten we werk van Sant’Elia, Terragni, Botta, Moro & Moro, Galfetti, Campi Pessina & Piazolla, Snozzi, Vacchini, Reichlin & Reinhard, Antorini en Carloni.
Met de vracht dia’s die druk fotograferende archipel-architektuurtoeristen er namen, stelde Philip Cardinael een diamontage samen op drie schermen. Paul Vandenberghe zorgde voor een videofilm. Marc Felix zorgt voor wat kommentaar en Sieg Vlaeminck zou er nadien graag een debat over uitlokken.

We verwachten uiteraard alle medereizigers en ook al diegenen die een prachtige reis moesten missen. Om het geheugen wat op te frissen, overlopen we hieronder nog even de chronologie van de reis met een korte kommentaar erop. We willen die reis nog even oprakelen. Niet voor de mooie prentjes. Maar omdat het ons zinnig leek even stil te staan bij het fenomeen van een homogene architektuurkultuur van hoog niveau in een streek die nauwelijks groter is dan een Vlaamse provincie.

KOMMENTAAR ARCHITEKTUURREIS TICINO

De architekturale cohesie van de Neo-rationalistische Ticino-beweging (De Tendenza). De aansluiting op re¬gionale tradities en op het pionierswerk van het Italiaanse rationalisme. De autonomie van vormen, hun eenvoud en puurheid. Het adekwaat gebruik van materialen. De zuivere definiëring van wand, opening, dak, ruimte, licht en het verzaken aan illusoire experimenten, deden in deze streek in amper 15, 20 jaar een homogene architektuurpro¬duktie ontstaan van een kwaliteit die blijft verbazen.
Wellicht is het samengaan van Zwit¬serse kapitaalkrachtigheid en vakman¬schap in kombinatie met Italiaanse kultuur hier niet vreemd aan. En vanzelfsprekend een tiental architekten die school hebben gemaakt.

De Vlaams-Argentijnse Ticino architekt Gusgtavo Mulhall voerde ons pro¬fessioneel, geïnspireerd en met de gepaste humor rond.

Landschappelijk gesitueerd tussen een door archipel gecharterde boottrip langsheen de filmische oevers van de Lago Di Como, en een grillige voettocht langs¬heen een niet minder filmische bergrivier in het woeste Valle Versaschi, en ‘s avonds telkens druk van kommentaar voorzien op het terrasjes-piazza in Lugano, was dit een reis om niet te vergeten.

Een reis die van de ene verbazing tot de andere voerde. De pure vorm en de vol-maakte integriteit en beheersing van struktuur, ruimte en licht in het casa del Fascio van Giuseppe Terragni. (Het diende even als dekor voor professor Dolinski die er ter plaatse met Botta de vloer aanveegde).
De transparantie en gewichtloosheid in het meesterlijke Asilo Infantile.

Mario Botta (blijkbaar fel betwiste figuur ter plaatse onder Ticino architek¬ten) en zijn platonische villa’s met hun ‘uitgehouwen’ elementaire vormen en hun gerafineerd metselwerkdetails. Of zijn stedelijke monumenten: de Banca Del Gottardo en de Palazzo Ransila. Of het design interieur van het (te prijzige) restaurant in De Banca.
Of de overweldigende bureauruimte van Botta’s eigen kantoor in opbouw. (Hoed af voor die ruimte, broek af voor die cylin¬der, dixit Mulhall). Of daarentegen zijn eenvoudige introverte ruimte in de Biblioteca Salita Dei Frati.

De verhalende architektuur in de restau¬ratie van Castelgrande van Aurelio Galfetti en het architektuurparcours op de ‘Chinese muur’ om ondergronds terug te keren in een door gaten doorboord mys¬terieus spelonk. Of het autonome, zelfzekere Casa Bianca – Casa Nero van dezelfde Galfetti.

Scarpa in de details in de restauratie van het Castello di Montebello van Mario Campi, Pessina, Piazzoli.
Of precies het tegenovergestelde: het zeer onthechte Casa Polloni (muur, tuin, doos) van hetzelfde trio. Of hun twee wooneenheden op de Collina d’Ora: heldere door eenvoud en vanzelfsprekende leefbaarheid.

Luigi Snozzi in “Zijn” Montecarasso. Zijn stedebouwkundige opvattingen. Zijn haast sureël licht in de ingegraven turn¬zaal. Of elders de subtiele inpassing van autonome gebouwen in de meest diverse en geaccidenteerde sites.

Een sterke plattegrond van een (voor een helaas te korte duur gebouwde) scuole ele¬mentari van Livio Vacchini in Locarno. De obsessie van een overspanning in zijn kantoor of in de lido. Of zijn ruig vakan¬tiehuis, één met het stenen bergdorp in Valle Versaschi.

Het Palladio idioom in de casa Tonini van Reichlin en Reinhard.

Of de stille, sacrale eenvoud van Tita Carloni in zijn case Parrocchiali op Col-lina D’Oro.

Of de vele andere architekturen die men gepland of per toeval in deze begenadigde streek voorbijkomt. Dit is niet langer het werk van individueel opererende ar¬chitekten, maar van architekten die dezelfde (weliswaar geschakeerde) taal spreken, een gezamenlijke houding hebben voortvloeiend uit een architektuurkultuur die op onze streek geënt is.

nabeschouwing:
De Ticino-avond…
Een bomvolle zaal.
Schitterend visueel materiaal.
Het zorgvuldig gemonteerde werk van 10 fotografen zorgde voor vuurwerk op drie schermen.
Een boeiende videofilm.
Een serie Botta-makettes (met dank aan de school voor assistent-architekten te Brugge).
Een duidende komentaar, gedachtenwisseling tijdens de pauze en op het einde.
Een formule die na volgende reizen voor herhaling vatbaar lijkt te zijn.
Marc Felix

Programma

vanaf 20u.00: video film in de bar
rond 20u.30: diaprojektie met kommentaar
korte pauze met nadien debat.
nadien: tweede deel videofilm.

Varia

Wanneer?

vr 16 november 1990 20:30

Waar?

't Leerhuys
Groeninge 35
8000 Brugge
België

Publicaties