Als je deze strook ziet is het best mogelijk dat onze website niet optimaal functioneert of zelfs niet werkt bij bepaalde onderdelen. Je gebruikt best een recente versie van Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Contact | Secretariaat
Martine Pollier
Tempelhof 21, 8000 Brugge
T +32 50 322 420
info@archipelvzw.be

Lezing

Jef Van Oevelen

Over eigen werk
Vrijdag
06.10 1989
20:00

Architect Jef Van Oevelen over eigen werk.

Jef Van oevelen

⁃ architelt NHIBS Antwerpen ’79
⁃ stagiair bij L. Luyten, R. Foqué en G. Baines
⁃ sinds ’79 zelfst. architekt en medewerker bij G. Baines
⁃ 1988 oprichting Architektenburo Jef Van Oevelen
⁃ laureaat bejaardenhuisvesting Hoogstraten 1980
⁃ laureaat WISH 1984
⁃ laureaat ‘kaserne Rolin’ 1987
⁃ 30 prijs durox architektuurwedstrijd 1989
⁃ vermelding Gouden Krayeel
⁃ gastdocent aan TH. Delft 1986
⁃ assistent Architektonisch Ontwerpen HAIR Antwerpen

Recentste werken in samenwerking met G. Baines:
⁃ Provinciaal Instituut Technisch Onderwijs Stabroek
⁃ N.V. Flandria
⁃ Kleuterschool Borgerhout (niet uitgevoerd)
⁃ Toerismeburo Oostende (niet uitgevoerd)
PITO Stabroek
⁃ fakulteitsgebouw burgerlijk bouwkunde K.U. Leuven
⁃ restauratie huis Ginette Antwerpen
⁃ villa Brasschaat (Mvr. Lens)
⁃ kantoorgebouw Antwerpen (Mvr. Lens)
⁃ laureaat BAC Machelen

Eengezinswoning
Woning in Blauwe Steen: “Joan Reymer”; gelegen: Grote Singel, Schoten; gerealiseerd: juni ’88.

De opdrachtgever, een echtpaar met 3 kinderen tussen 6 en 14 jaar, zelf reeds geruime tijd aktief met het opmaken van schetsen en plannen, formuleerde mij in december ’86 een vrij summier omschreven opdracht voor deze woning.
Op een prachtig terrein in een dicht beboste en rustige omgeving, wensten zij met een beperkt budget, een woning te bouwen die naar de toekomst toe, aanpasbaar en funktioneel bewoonbaar blijft. Hierbij word in hoofdzaak de nadruk gelegd op de variabele gezinssamenstelling en meerbepaald: dat de 3 kinderen tussen dit en 10-12 jaar, zelfstandig elders wonen.
Vertrekkend vanuit de sterk hedendaagse en vrije en geborgen levensvisie van het gezin zelf, werd gestreefd naar een volledig open en polyvalente leefruimte, waarin zich de verschillende aktiviteiten dienen te situeren.
Vrij snel zonderden zich een reeks hinderlijke elementen af bij de studie en kwam er een duidelijke opsplitsing in het planproces.
De open maar geborgen leefruimte maakte het noodzakelijk, een bewuste afstand te creëren voor de vreemde of toevallige bezoeker. Anderzijds werden garage, wasplaats en berging als hinderlijk ervaren binnen de dagelijkse leefruimte. Langs de andere zijde resteerden derhalve een reeks sterk gebonden en niet-aflijnbare ineenvloeiende aktiviteiten en ruimten: wonen, eten, slapen en baden.
Vanuit deze typologische opsplitsing volgde dan ook de planmatige opsplitsing in 2 onafhankelijke eenvoudige volumes en werd het volume met berging, inkom en garage vooraan in plan gebracht als beschutting tegen de hinderlijke invloeden van klimaat (noordzijde) en omgeving (straatzijde). De verbinding tussen de 2 volumes werd bewust behandeld als een gesloten wandeling die in werkelijkheid slechts een deel is van de diagonale cirkulatie-as doorheen het terrein. Vertrekkend aan de straatzijde, de kant van het dorp, vormt hij de trapsgewijze benadering van deze woning.
Vanuit een open, publiek terrein en de straat, wordt men aangetrokken door een portiek, om geleid door een lage wand het lichtjes verdraaide garagevolume en een overkoepeling, te komen bij een gesloten inkomdeur. ?? Deze deur opent op een inkomhal met vestiaire en ziet in de vete reeds uit op het eindpunt van de wandeling. Zeer bewust passeert men echter een soort kanaal waarlangs men centraal de werkelijke leefruimte geleidelijk ontdekt. De centrale lichtzuil is hierin de spil en laat een eerste gefilterd beeld van de omliggende ruimten toe. Deze cilinder brengt bovendien het gewenste licht in dit gesloten deel van de woning en legt een eerste kontakt met de duplexruimte. Verregaand doorkruist men diagonaal de leefruimte, met langs de oostzijde, de tijdelijke kinderslaapruimten. Eénmaal buiten wandelt men verder tot aan het eindpunt: een tuinpaviljoen met terras en vijver.
De waterpartijen binnen en buiten vormden naast het verdere materiaalgebruik tevens één van de uitdrukkelijke wensen en karaktertrekken van de bouwheer zelf.
Gelet op de tijdelijkheid van de gezinssamenstelling werd geopteerd voor een variabele inrichting van de slaapruimten. Als onafhankelijke tentjes werden ze voor de 2 dochters ingeplant in het oostelijk deel van de woonruimte en zullen later worden afgebroken. De vorm en de materialen mogen deze tijdelijkheid hierin zelfs versterken. Het jongste kind, de zoon, vindt zijn slaapruimte op de duplexverdieping. Deze verdieping, in rechtstreeks kontakt met de leefruimte, biedt later de sfeer en de ruimte voor hobby en meditatie, afzondering, … De aangrenzende centrale cilinder in de ruimte kijkt van hieruit als een periskoop over de omgeving.
De gewenste beperking van sanitair komfort en technische installaties verwerpt de hinder van keuken en badkamers en laat toe dezen als volwaardig deel van een open leefpatroon te integreren.
Het koncept voor het hoofdvolume is samengesteld uit een betonnen draagstruktuur op 9 kolommen, waarrond op 90 cm ervandaan een isolerende huid werd getrokken. Deze afsluiting accentueert een soort cirkulatie- en bufferzone rondom en symboliseert mede de geborgenheid t.o.v. De buitenwereld. Door het feit dat deze wand geen draagfunktie had, kon hij worden uitgevoerd in cellenbeton met een louter isolerende en afbakende taak. Op zich behouden de 9 kolommen en ritmerende, zonerende funktie in een open en hoge ruimte.
Langs de buitenzijde diende gezocht naar een materiaal met een zuivere waterwerende funktie. Vanuit de voorkeur voor natuurlijke materialen, viel uiteindelijk de keuze op gezaagde, onbehandelde tegels in blauwe steen met afm.: 40 × 40 cm.
Het materiaal is in deze uitvoering en maat hoegenaamd niet duur en exclusief en accentueert uitstekend de symboliek van “de doos”.
Inplanting
De inplanting op het terrein is deels afhankelijk van de gesteldheid van bodem en dels bewust vanuit het ontwerp zelf. Terwijl enerzijds gezocht werd naar een werkelijke afstand t.o.v. De straat, een maximale open ruimte langs de westzijde en een direkt kontakt met de vijver achteraan op het terrein, werd anderzijds vermeden om het gebouw in te planten op de aanwezige oude funderingen van een vroeger gebouw.