Archipel

Beleef architectuur!

Lezing

The Presence of Absence

Florian Busch (DE) over Tokyo en over eigen werk

Zoekend naar evenwicht tussen culturen balanceert Florian Busch op een strak gespannen touw boven de uitnodigende metropool Tokio. Zijn bureau doet aan architectuur en stedenbouw, werkt op alle schalen en streeft een architectuur na die actief de maatschappij, waar het intrinsiek deel van uitmaakt, wil vorm geven. Vanaf het begin van elk project bedenkt hij specifieke strategieën, die hij permanent in feedback aftoetst met een internationaal team aan experts om het ontwerp naar oplossingen te leiden die de verbeelding overtreffen. Hij zet uitdagingen om in creatieve ontwerpen en zoekt voortdurend naar de logica van de ‘charmante, doch bizarre’ verzoeken die zijn pad kruisen.

Florian Busch studeerde architectuur in Duitsland, Japan en het Verenigd Koninkrijk. Na zijn studies aan de Bauhaus Universiteit in Weimar trok Florian naar de gerenommeerde school Architectural Association in Londen. Vervolgens werkte hij van 2004 tot 2008 bij Toyo Ito & Associates voordat hij in 2009 FBA (Florian Busch Architects) oprichtte.

Zijn palmares aan culturele centra, bibliotheken en enkele van ‘s werelds meest ongewone huizen zorgt ervoor dat Florian Busch een veelgevraagde architect is, zowel in Japan als over de hele wereld. Werken in de architecturale scène van Tokio blijft hem intrigeren, hoewel de beperkingen even ontelbaar zijn als de mogelijkheden. Enerzijds draagt hij het “exotische” van het buitenlander zijn in zich, anderzijds is hij geen Japanner en wordt soms ook zo bekeken. Tussen deze twee werelden in baant Florian Busch zijn weg en slaagt er in een opmerkelijk consequent oeuvre te realiseren.

Hij drukte zijn stempel in de architectuurscène van Japan met een opmerkelijke woning in Takadanobaba, waar hij een uitweg zocht binnen de conservatieve attitude van de geüniformiseerde Japanse woningbouw. Een geplooide betonnen schil maximaliseert de lege kavel tussen twee bestaande woningen in. Op een verrassende manier sculpteert hij de ruimte, zichten en lichten.
De inventieve aard van het ontwerp benadrukt de behoefte aan een evenwicht tussen visie en ‘leefbaarheid’ in de metropool. Hoewel huizen bewonderd worden vanwege hun origami-achtige structuur, binnentuinen en smalle breedtes, ligt de vraag op ieders lippen: zijn dergelijke ruimtes echt bewoonbaar?
“Het creatieve proces heeft alles te maken met het reageren op iemands zeer specifieke ideeën over leefbaarheid, wat de essentie is van residentiële architectuur – en zeer subjectief: een huis moet de mensen die het bewonen, hun uniek karakter laten beleven.”
De levensduur in Japan van een eengezinswoning bedraagt gemiddeld slechts 26 jaar voordat ze worden gesloopt en vervangen. Hoewel deze vergankelijkheid als een verlies kan worden gezien, worden mensen ook vrijgelaten om iets puurs voor zichzelf te creëren, zoals Busch uitlegt: “Als je weet dat het huis niets meer is dan een modieuze jas, die je in de toekomst kunt weggooien omdat je kinderen het niet willen dragen, kunnen gekke dingen worden geprobeerd.”
Hoewel iedereen zo zou kunnen redeneren, wordt deze kans zelden gegrepen. In plaats daarvan is Tokio grotendeels bezet met huizen die, om het maar netjes te zeggen, niet inspirerend zijn. De marktconformiteit en het gemak van bouwen zitten hier voor iets tussen. “De belangrijkste boosdoener is, naar mijn mening, een conservatieve, winstgerichte massabouwindustrie, waar elke verandering als een risico wordt gezien. De hele productielijn is op maat gemaakt voor deze huizen, zoals een grote olietanker: koerswijziging is extreem moeilijk en kan dure gevolgen hebben.”

Japan kennen we als land van aardbevingen, waar vergankelijkheid regeert. Hoewel niet altijd volledig benut, merkt Busch op dat het aanvaarden van vergankelijkheid typisch Japans is, en het effect op Tokio als geheel ontzagwekkend is: “Tokyo’s intensiteit en snelheid zijn die van een constant veranderend organisme. Koppel dat aan het pragmatische gebrek aan nostalgie, en je hebt het perfecte rijbewijs voor een ongelooflijk snelle evolutie.” Vergeleken met de langzaam bewegende steden in het Westen, waar ‘duurzaamheid is ingebakken in de architectuurcultuur’, biedt Tokyo zowel ‘uitdagingen als kansen’. Ontwerp kan zich sneller aanpassen dan elders, zegt Busch.

Florian Busch grijpt dan ook deze uitdagingen en kansen. Onlangs maakte hij furore in de architecturale wereldpers. Speels maar uitdagend, is zijn Olympische Odyssey-project een uitgesproken kritiek op de vermeende tekortkomingen van de aanstaande Olympische Spelen in Tokyo 2020, maar ook op de houding tegenover architectuur in Japan in het algemeen.
Als een bericht vanuit de toekomst stelde hij de Odyssey voor als een drijvend stadion, een ongeëvenaard succes en een uitvinding gebonden aan hoop en optimisme. Gemaakt als reactie op de controversiële selectie voor een nieuw Olympisch stadion, is het project deels fantasie, deels realiteit: geleverd in een zwarte doos met een brief van drie pagina’s, foto’s, tijdschriftspreidingen en modellen van het stadion.

Gepresenteerd als een geschenk uit de toekomst, wordt de doos post-gemarkeerd in december 2020 en pretendeert een post-Olympische Spelen Japan af te beelden, met het succes van het stadion gevolgd door de onverklaarbare verdwijning. De keuze om een toekomstig idee te presenteren als een vorig bestaan gaf Busch vrijheid: “Het maakte het zowel onmiskenbaar fictief als extreem realistisch tegelijk, de absurditeit bood de vrijheid om kritiek te uiten en de flagrante fouten en gemiste kansen in kaart te brengen door te suggereren wat had kunnen zijn.”

Wat was de context? In werkelijkheid had de Japanse sportraad afgezien van het oorspronkelijke futuristische ontwerp van Zaha Hadid wegens stijgende kosten en publieke ontevredenheid. De controverse in de wedstrijd nadien, gewonnen door Kengo Kuma, leidde tot heel wat reacties, waaronder ook deze van Florian Busch. Hij creërde dit project uit teleurstelling dat Japan een kans had gemist om iets baanbrekends te maken en stelde gemakzucht aan de kaak waar Tokio de kaart had kunnen trekken voor duurzaamheid en innovatie met het oog op de toekomst. Wat immers met al die infrastructuur na de spelen?

Florian Busch is een architect die elk opdracht in al zijn aspecten in vraag stelt, iets wat hij deelt met zijn leermeestesr Toyo Ito. De impact van zijn leerperiode bij Ito is onmiskenbaar. Hij liet zich o.a. inspireren door de kracht van deze Pritzker Architecture Prize-winnaar om verloren wedstrijden en tegenslagen te gebruiken om andere projecten te verbeteren. “Wat indruk op me maakte, was Ito’s jeugdige en bewonderenswaardige down-to-earth attitude, waarmee hij kon communiceren en energie kon kanaliseren in de ontwerpteams, zonder onwrikbare ideeën op te leggen. Zelfs decennia lang werken als architect hadden bij Toyo Ito de heerlijke honger naar het nieuwe niet gestild.” Florian Busch deelt die onverzadigbare honger. Bovendien staat Tokio voor een grote onvermijdelijke uitdaging: een aanzienlijk vergrijzende bevolking en een daaruit voortvloeiende verschuiving in de vastgoedmarkt. Busch gelooft dat het de architecten van de toekomst zijn die hoop bieden en de weg vooruit zullen bepalen: “We staan aan het begin van een revolutionaire revolutie, en ik denk dat de nieuwe generatie architecten meer dan ooit uitgerust is om een leidende rol te spelen.”

Lezing

Wanneer?

ma 20 Mei 2019 20:00

Waar?

Auditorium Quetelet
Tweekerkenstraat 2
9000 Gent

Fotoalbum

7 beelden

Met de steun van: