Als je deze strook ziet is het best mogelijk dat onze website niet optimaal functioneert of zelfs niet werkt bij bepaalde onderdelen. Je gebruikt best een recente versie van Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Contact | Secretariaat
Martine Pollier
Tempelhof 21, 8000 Brugge
T +32 50 322 420
info@archipelvzw.be

Bezoek

Clarissenklooster van Paul Felix

50 jaar architecturale stilte
Zaterdag
18.04 2009
14:00

Een van de iconen van het naoorlogse modernisme in Vlaanderen, en een hoogtepunt in het oeuvre van ir. architect Paul Felix (1913-1981), werd exact 50 jaar geleden geopend, om daarna (voor het publiek) te worden gesloten.

Een van de iconen van het naoorlogse modernisme in Vlaanderen, en een hoogtepunt in het oeuvre van ir. architect Paul Felix (1913-1981), werd exact 50 jaar geleden geopend, om daarna (voor het publiek) te worden gesloten.

Het Clarissenklooster ‘het Zonnelied’ is een slotklooster van de ‘Arme Klaren’. Een architecturale enclave omringd door kloostertuinen en doorsneden door patio’s. Een oase van architecturale stilte. Het complex is beschermd als monument maar, op de kapel na, niet toegankelijk. Op zondag 19 april gaan uitzonderlijk de deuren open voor een tuinfeest. Om buiten die ongewone eenmalige drukte toch de gelegenheid te geven het kloostercomplex in zijn dagdagelijkse sereniteit te bezoeken, organiseert Archipel op zaterdag 18 april enkele rondleidingen. Marc Felix (die 50 jaar geleden als knaap van 11 reeds erg onder de indruk was toen het werd gebouwd) leidt rond en geeft ook toelichting bij een gelegenheidstentoonstelling in de pandgangen.

De tentoonstelling illustreert het ontwerp in een dialoog van zeer pragmatische programmanotities heen en weer tussen abdis en architect en in tientallen ruwe schetsen waarin het concept groeit. Het toont tevens een bloemlezing van reacties uit de toenmalige Vlaamse en internationale architectuurpers.

1954

Een Oostendse kloostergemeenschap van de arme klaren (Clarissen) huist in een verkrot pand in de binnenstad dat na de recente overstroming terminaal is geworden. Er zijn nauwelijks middelen… Met een bouwprogramma uit de middeleeuwen (Clara stichtte een vrouwelijke Franciscaanse orde in 1212) doen ze beroep op de 40-jarige, modernistische architect Paul Felix, die als gelovige met hen sympathiseert, en die als ‘modernist’ wordt aangesproken door het totaalprogramma van een klooster als volledige en exclusieve leefwereld voor zijn bewoners.

In zijn architectuurtaal is hij op dat ogenblik op zoek naar reductie, essentie en constructieve echtheid. De vraag naar een sober, ascetisch, zelfs armoedig verblijf ligt in dezelfde lijn…

Er ontstaat een lange dialoog over het dagelijkse leven, religie en architectuur tussen abdis en architect. Vragen en antwoorden vallen procesmatig samen in een “zo gewoon mogelijk” gebouw. Zonder de minste architectonische pretenties komt hier een authentieke architecturale omgeving tot stand die moderne architectuur en dagdagelijksheid doet samenvallen, maar tezelfdertijd architectuur met religieuze sacraliteit verzoent.

April 1959

In het ‘preconciliaire’ Vlaanderen, waarin kerken en kloosters niet ontsnappen aan de vastgeroeste conventionele neostijlen volgens strikte Urbi et Orbi regels van Pius XII komt het Oostendse Clarissenklooster als een cultuurschok. “Een keerpunt in de Belgische naoorlogse architectuurgeschiedenis” (F. Strauven, 1981).

In de, toen nog, blote polders rond Oostende verrijst een complex in baksteen en beton als een architecturaal manifest en autonoom schip in het kleilandschap,.

“Il nuovo Monastero della Clarisse di Ostenda… segna un rinnovamento della architettura conventuale improntato a spirito di simplicita… “ “Uno dei piu moderna conventi d’Europa.“ (P. Ciampassi in: Rocca 1959)

“Un couvent déja célèbre dans le monde entier parce qu’il est réellement une maison de pauveté, de prière et de contemplation“ (A. Renard in: Panorama 1959)

Aan de Dominicanen van Lyon schreef Le Corbusier: “Vous dans ce silence, vous placez Dieu”

“Bij dit klooster willen we, zonder enige vergelijking met dat van Le Corbusier te maken, nog verder gaan. In deze stilte leeft God. Niet in vervallen en bloedloze symbolen, maar in de geest zelf van echtheid, van gebondenheid en openheid, in het wegvallen van al het overtollige, alle praal en het teruggeworpen worden op de kern zelf van het wezen” (G. Bekaert in: de Linie 1959)

“Een ongelooflijke gewoonheid”

“Een waarschuwingsteken”

“geloof in het vermogen om met licht en lucht als materie een specifiek menselijke onmiddellijke ‘umwelt’ te creëren.” (K. N. Elno in: Streven 1959)

De Vlaamse en internationale architectuurpers reageert lovend en architecten en kunstenaars uit België, Nederland, Frankrijk tot Amerika en Japan bezoeken het klooster tot het daarna definitief zijn deuren sluit en een mythe wordt.

Paul Felix zelf wijst de mythevorming af en liet er zich meer bescheiden over uit.

“Gelukkig doet men soms – als men met enthousiasme en zonder teveel pretentie aan iets werkt – intuïtief bepaalde dingen, waarmee men later, ook vanuit een theoretisch inzicht, nog erg gelukkig mee kan zijn”. (Paul Felix in 1970, citaat door F. Strauven)

April 2009

Een unieke gelegenheid om het gesloten complex (dat in 1965 werd uitgebreid en werd ingeschakeld in een woonwijk) opnieuw te bezoeken, en ‘intra muros’ vast te stellen dat 50 jaar later architectuur niet alleen “gewoon”, maar ook ‘tijdloos’ kan zijn.

Marc Felix