Als je deze strook ziet is het best mogelijk dat onze website niet optimaal functioneert of zelfs niet werkt bij bepaalde onderdelen. Je gebruikt best een recente versie van Chrome, Firefox, Safari of Edge.

Contact | Secretariaat
Martine Pollier
Tempelhof 21, 8000 Brugge
T +32 50 322 420
info@archipelvzw.be

Lezing

Doorzon

So far
Donderdag
20.03 2014
20:00
Auditorium Jozef Plateaustraat

In samenwerking met:

Met de steun van:

Hun jonge oeuvre getuigt van vakmanschap en maximale ruimtelijke impact. In hun verbouwingen en maatmeubilair combineren ze tactiliteit, experiment en verrassend kleurgebruik.

Caroline Lateur en Stefanie Everaert werkten na hun studies interieurarchitect gedurende vijf jaar in het atelier van Maarten Van Severen. In 2005 startten ze een eigen bureau. Hun jonge oeuvre getuigt van vakmanschap en maximale ruimtelijke impact. In hun verbouwingen en maatmeubilair combineren ze faciliteit, experiment en verrassend kleurgebruik.

In het najaar van 2013 verscheen een opmerkelijke publicatie “Doorzon Interieurarchitecten”, de allereerste monografie gewijd aan het werk van dit Gentse bureau. In het boek, dat verscheen als aflevering 90 van Vlees & Beton, worden de projecten van Doorzon sinds 2005 thematisch en chronologisch gerangschikt. De inleiding is geschreven door Halewijn Lievens (NU architectuuratelier) en het essay door Christophe Van Gerrewey.

DOORZON

Aan de hand van een aantal passages uit het essay wensen we u te laten proeven van het fascinerende oeuvre van Doorzon Interieurarchitecten. De auteur onderzoekt de grens, de verschillen en de overeenkomsten tussen architectuur en interieurarchitectuur, en doorloopt een aantal elementen als het vaste meubel, kasten, het beweeglijke meubel, de badkamer, zowel in ruime reflectie als naar de concrete projecten toe. Hier volgen een aantal bedenkingen los van het gerealiseerde oeuvre.

“Maar hoe werkt dat, hoe kan een interieur ontworpen worden, als het al bestaat – als de binnenkant van een architectuur die van een ander komt, en die perfect door de bewoner kan ingevuld worden?”
(p11)

“De grondlaag van het ontwerp, die meteen ook de fundering vormt van de aanpak van Doorzon, is een radicale functionaliteit – radicaal, omdat de overbekende objecten en de standaardoplossingen eerder naar acceptatie en erkenning streven dan naar functionaliteit; omdat de zekerheid bestaat dat er daarom altijd andere praktische uitwegen mogelijk zijn; en omdat in het domein van het interieur, meer nog dan in dat van de architectuur, geen plaats is voor representatie, mode en ornament – en zeker niet voor het ornament van de alomtegenwoordige strakheid en het doordachte minimalisme. Dit radicale functionalisme herinnert natuurlijk aan de dromen van het modernisme, maar het heeft niets programmatisch, het is niet exclusief en het wil niet het gehele woonmilieu herscheppen en is enkel met zichzelf bezig.” (p 12)

“Maarten Van Severen heeft ook interieurs ontworpen, maar hij is vooral een meubelmaker, en hoewel Doorzon het meubel als basiselement lijkt te hanteren, is de uitkomst van hun activiteit altijd een interieur.” (p 13)

Over beweeglijke meubels:
“(…) Maarten Van Severen heeft precies dat gedaan: meubelen ontwerpen die ondanks hun productie in serie een aura hebben, en de indruk wekken onherhaalbaar en onherhaald te zijn. In het geval van Doorzon wordt het spelbord omgedraaid, en is het een extreme individualiteit, een uitgesponnen uniciteit die door ontwerp en precisie toch iets algemeens krijgt, iets universeels, iets dat het om meubels doet gaan waarnaar iedereen zou kunnen verlangen.” (p 16)

“Dat een interieur functioneert wil ook zeggen dat het opschuift naar de architectuur, of alleszins de objectieven van de architectuur verwezenlijkt op manieren waar de architectuur niet toe in staat is.” (p 17)

DOORZON

“Het merendeel van de interieurarchitecten heeft die drang naar betekenis en onderscheid naar binnen geëxporteerd, en is design gaan maken: meubels en kamers die babbelen, niet over hun functie, maar over hun cultuur, hun standing, hun afkomst en hun prijs, in de ijdele hoop de bewoner voorgoed ter wille te zijn. Doorzon toont een andere weg: die van het interieur dat een functie uitstraalt – in de woorden van Alberto Moravia: ‘van een vorm kortom, die zich niet laat analyseren of ontleden en die is zoals hij is: of je het wilt of niet.’ Zo kan een interieur dus toch ontworpen worden: zonder tekens, zonder interpretaties, zonder symbolen, zonder bijgedachten, zonder versiering, zonder verhalen; zo kan het ballast van de architectuur eindelijk worden afgeschud, en wordt er van de bewoner geen gedrag, geen aandacht, geen angst, geen prestatie, geen indrukken en zelfs geen geluk meer verwacht – maar slechts een basaal bestaan. Zo beschouwd en aldus beoefend is interieurarchitectuur, in een tegelijkertijd volgebouwde en geatomiseerde wereld, de discipline van de toekomst.” (p 23-24)

De geciteerde tekstdelen doen reflecteren over de intieme intrusie in de dagdagelijkse beleving van ruimten door de gebruiker, gevat in de huid van architectuur. Hoewel de opsomming van een aantal passages de schoonheid van de totale tekst niet kan weergeven, vertellen ze – losgemaakt uit het lyrische essay – toch een eigen verhaal.
Net zoals elk ontwerp van Doorzon interieurarchitecten een nieuw hoofdstuk schrijft, samengesteld uit allerlei zinnen, zinsdelen, woorden, die leiden tot een warme en groeiende vertelling. Hun talrijke projecten als meubels, kasten, interieurconcepten, badkamers, slaapkamers, scenografieën, moskee, tapijten, tuinpaviljoenen, werkbladen, keukens, boekenkasten, wachtruimtes, kantoren, kleurstudies en vakantiewoningen, nemen ons mee naar een eigenzinnig sprookje waar een gekoesterde naïviteit, een eigen logica en een vastberaden doorzettingsvermogen voor wonderlijke resultaten zorgen.